MultiMediale Mythen

MultiMediale MythenMultiMediale Mythen

MULTIMEDIALE MYTHEN

MYTHEN

SPREEKUUR

VERHALEN

ZWAAR BELADEN MET ZIELEN 2007

KUNSTENAARS

Bookmark and Share

Het zwaard van Eskaiya

Hoog boven de wolken was er een wereld waar nog nooit iemand geweest was. Hier heerste vrede en was alles nog mooier dan in je grootste dromen. Deze wereld vol magie werd Eskaiya genoemd. Hier in een klein dorpje woonde een jongen, Sukai genaamd. Op een mooie dag toen Sukai zijn ouders aan het helpen was op het land, werd het dorpje getroffen door een aardbeving.Sukai rende en rende door een wirwar van mensen en probeerde zijn vader en moeder te vinden. Op een gegeven moment werd het zwart voor zijn ogen en wist hij niet meer waar hij heen moest. Sukai struikelde over een steen en viel bewusteloos op de grond. Toen hij wakker werd zag Sukai dat hij in een grot lag. De weerkaatsing van de zon was het enige dat hij nog kon zien. Toen hij wat beter keek zag hij dat de weerkaatsing van de zon op een voorwerp gericht was: een metalen voorwerp. Toen Sukai wat beter keek zag hij dat het een zwaard was. Toen hij van het zwaard vandaan probeerde te gaan, hoorde Sukai stemmen. De stemmen dwongen hem het zwaard te pakken. Eerst twijfelde Sukai. Misschien was het wel een val en zou hij voor altijd opgesloten in de grot zitten als hij het zwaard zou pakken. Maar toen Sukai zich realiseerde dat hij niets te verliezen had, besloot hij het zwaard op te pakken. Hij trok het zwaard naar zich toe en maakte de opening in de grot waar het zonlicht vandaan kwam groter. Op een gegeven moment was het gat groot genoeg en zo kon Sukai naar buiten kruipen. Toen Sukai buiten was zag hij tot zijn grote schrik dat er niets meer van Eskayia over was. Het prachtige land, dat gekenmerkt werd door vrede en magie was er niet meer. Sukai vroeg zich af hoe dit gebeurd kon zijn. Hij besloot terug te gaan naar zijn dorp om te kijken of zijn ouders nog in leven waren. Eenmaal teruggekomen in het dorp zag Sukai iedereen hulpeloos en in paniek door het dorp lopen. Hij probeerde aan een groep wijze mannen, die aan het praten was over de situatie, te vragen wat er gebeurd was. De wijze mannen zagen het zwaard in Sukais hand en zeiden dat hij de oorzaak van alle ellende in zijn handen had. Sukai keek naar het zwaard en keek hen daarna vragend aan. De wijze mannen vertelden hem dat door het pakken van het zwaard, hij alle kwade geesten had vrijgelaten. Om deze reden werd Sukai verbannen uit het dorp. Nu wist hij niet meer wat hij moest doen. Na een lange tijd nagedacht te hebben besloot hij om een oplossing voor het probleem te vinden. Komel Raja, Esma Orhan, Jatoo Lal, Haidar Ilaoui

Dagenlang wandelde Sukai langs de rand van het dorp. De bomen waren er dor en levenloos en tussen de takken klonken geen vogels meer. 's Nachts sloop Sukai naar het dorp en dwaalde langs de vervallen huizen. Sukai wist dat het eeuwen zou duren voordat het land van Eskaiya weer bewoonbaar was. Zoals vroeger zou het nooit meer zijn.
Toen nam Sukai zijn besluit. Hij haastte zich naar de plek waar de wijzen hem het zwaard hadden ontnomen. Struikelend bereikte Sukai het omgewoelde land waar ooit het dorpsplein was geweest. Al vanaf een grote afstand zag hij het zwaard blinken in het ochtendgloren, precies zoals het dat eerder had gedaan. De aanblik deed geruststellend aan. Nu wist Sukai zeker dat het zwaard hem zou helpen bij de redding van zijn land. Sukai zag niets anders dan dat grote glanzende zwaard en hij hoorde niets anders dan zijn eigen ademhaling. Maar vlak voordat zijn vingers het zwaard konden omvatten, hield een hand hem tegen. Het was een van de wijzen die hem belette. Sukai stamelde dat hij een oplossing had gevonden. Het zwaard moest terug naar de grot. Dat zwaard had een tijdperk van onheil ingeluid en niets anders zou het ook weer kunnen beëindigen. De wijze schudde mismoedig zijn hoofd. Hij zei dat de enige oplossing was om zich in hun noodlot te berusten. Hij pakte het zwaard en wierp het hoog in de eikenboom die in het midden van het dorpsplein stond. De wijze zei dat Sukai heldendom verwarde met overmoed. Helden nemen geen roekeloze beslissingen. Helden dragen hun lot.
Jaren gingen voorbij. Het dorp lag er even verlaten bij als op de dag na de aardbeving. In de straten was het stil. In het bos jankte de wind.
Iedere nacht droomde Sukai van het zwaard. Soms droomde hij dat het voor hem uit zweefde naar het hart van het donkere woud waar zich de grot bevond. Dan weer droomde hij dat hij het zwaard hoog boven zijn hoofd hield temidden van een cirkel zingende dorpskinderen.
Het was op een nacht dat Sukai droomde dat hij met het zwaard de grot betrad. In de stenen wand opende zich een gat, niet groter dan een vuist. De holte scheen hem uitnodigend, vriendelijk bijna, en Sukai liet het zwaard er voorzichtig naar binnen glijden. Duizenden vlinders fladderden uit de holte naar buiten. Met iele stemmen zongen ze een vrolijk lied. Het zwaard tolde rond in de lucht alsof het danste en Sukai rolde over de grond van de grot en lachte.
Toen hij wakker werd, wist Sukai dat de tijd gekomen was om het zwaard terug te brengen. Lachend en hijgend holde hij naar de eikenboom op het dorpsplein. Als vanzelf klom Sukai via de takken naar boven. Hij pakte het zwaard en rende zo snel als hij kon in de richting van het bos. Het leek alsof Sukais voeten hem de weg wezen, slaapdronken maar vastbesloten. Tenslotte ontwaarde Sukai de opening van de oude grot, verscholen tussen struiken. Sukai schoof de bladeren opzij en klom door het gat naar binnen. Toen Sukais ogen aan het donker gewend waren, zag hij in de hoek een kleine holte, precies zoals in zijn droom. Hij hief het zwaard op en liet het in de opening glijden. Maar in plaats van de vlinders uit Sukais droom, rees er een hoog vuur op uit het gat. Sukai viel achterover en zag het zwaard blinken in de gele vlammen. Het glom even hevig als het altijd had gedaan maar de aanblik was niet langer geruststellend. Toen pas wist Sukai dat hij een vergissing had begaan. Het zwaard was nooit bedoeld geweest om een nieuw Eskaiya in te luiden. In het zwaard lag de ondergang van het land besloten.
Die nacht zijn Eskaiya en al zijn bewoners in een stofwolk uiteen gevallen om neer te dalen op aarde. Van al hun schoonheid, domheid, hoop en twijfel is niets overgebleven, alleen hun verdriet bleef voortbestaan. Het verdriet van Eskaiya jaagt over de vlakten van de aarde en zal nooit de rust vinden van een graf. Eskaiya kan nu niet anders dan zich berusten in zijn lot van eeuwige treurnis. Dat is immers wat verdriet doet.


Basje Boer